Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Accepteren Meer informatie

Een dag mee met de deurwaarder

Een dag mee met de deurwaarder

Utrecht, 22 mei 2017 door P.M. Leijten

Paul drukt tweemaal op een van de vele deurbellen van een flat in Almere. Via de intercom klinkt een (jongen)mannenstem: “hallo, wie is daar?”. Paul reageert dat hij een brief heeft voor de (vrouwelijke) bewoner en legt uit dat de brief in ontvangst moet worden genomen. De interesse van de jongen is gewekt en een paar minuten later komt hij joviaal lachend naar beneden. Paul stelt zich voor als de deurwaarder en hij legt uit dat hij een dagvaarding bij zich heeft. De jongen verstart en zegt dat hij slechts visite is en niet de bewoner. Paul besluit om de dagvaarding dan maar in een gesloten envelop in de brievenbus achter te laten. “De dagvaarding kan ik wel aan een huisgenoot afgeven, maar niet aan bezoek”, verklaart Paul. We stappen vervolgens weer in de auto op weg naar het volgende adres.

Begin april 2017 ben ik als rechter in opleiding (rio) gestart. In de opleiding wordt met enige regelmaat benadrukt dat de rechtspraak slechts één van de schakels is in de (juridische) keten. Verreweg de meeste geschillen worden opgelost buiten het zichtveld van de rechter: via bemiddeling van een mediator, door overleg tussen advocaten of na een bezoek van de deurwaarder. Rio’s worden vanuit de opleiding aangemoedigd om te ervaren hoe de andere schakels in de juridische keten hun werk ervaren. Want zoals Johan Cruijff het ooit zo treffend zei: “je gaat het pas zien, als je het doorhebt”.

Om 8.15 uur tref ik Paul Otter op het station Almere Centraal. Paul is werkzaam als gerechtsdeurwaarder bij Syncasso en neemt mij een dag mee op zijn ronde. Op het kantoor van Syncasso legt Paul uit welke ontwikkelingen hij als deurwaarder waarneemt en met welke uitdagingen zijn beroepsgroep wordt geconfronteerd. Paul ontkracht direct het beeld van de deurwaarder als kleerkast die onder hoge druk huizen leeghaalt. “Welnee, we nemen zelden inboedel mee”, zo meldt Paul. Ik vraag Paul of hij wel eens te maken heeft met agressie. “Bijna nooit”, geeft Paul aan, “als je respectvol bent richting de schuldenaar, dan reageren de meesten respectvol terug. En als de gemoederen wat hoger oplopen, pas ik communicatievaardigheden toe om de situatie af te koelen”. Paul geeft aan dat iedereen schulden kan krijgen, omdat het ‘copingmechanisme’ van mensen vaak niet goed werkt tijdens life events (levensbepalende emotionele gebeurtenissen zoals een echtscheiding, overlijden van een dierbare of verlies van een baan). Mensen hebben dan zoveel aan hun hoofd dat ze niet goed kunnen omgaan met aanmaningen, schulden of dagvaardingen. Je steekt dan je hoofd in het zand en dat kan echt iedereen overkomen, aldus Paul.

Syncasso doet daarom steeds meer psychosociaal onderzoek naar de schuldenaren: waarom hebben mensen schulden, hoe bereik je deze mensen en hoe zorg je dat zij hulp accepteren? Uit onderzoeken die door verschillende Nederlandse Universiteiten zijn uitgevoerd, blijkt dat veel schuldenaren simpelweg de tekst van de aanmaningen en dagvaardingen niet begrijpen. Verder werkt het veel beter om een boodschap te laten overkomen als deze simpel en positief is verwoord. Ingewikkelde juridische teksten met een negatieve boodschap zorgen er alleen maar voor dat mensen nog meer struisvogelgedrag vertonen. Syncasso heeft deze onderzoeksbevindingen in de praktijk gebracht door aan iedere dagvaarding of aanmaning een ‘motivatiekaartje’ te hechten. Op die kaartjes staat eenvoudig, kort en grafisch weergegeven hoe een schuldenaar de eerste stap kan zetten om zijn problemen op te lossen.

De deurwaarder heeft verder een sociale verplichting, zo vervolgt Paul. Soms ben ik de enige persoon die iemand in weken heeft gezien. Dan krijg je wel eens hele levensverhalen te horen, maar ook maak ik mee dat mensen spreken over zelfmoord. Vanwege alle schulden zien ze geen andere uitweg meer. Ik ben geen hulpverlener, maar in dergelijke gevallen, ga ik wel in gesprek met de schuldenaar met als doel om professionele hulp in te schakelen. Steeds meer (grote) schuldeisers in Nederland waarderen deze insteek ook en kijken niet alleen naar het financiële resultaat van de deurwaarder. Een positieve ontwikkeling, aldus Paul.

“Genoeg gepraat, laten we gaan rijden, we moeten nog 32 adressen langs vandaag”. We stappen in de auto en maken onze ronde. Bij ongeveer een derde van de adressen doet niemand open en laat Paul een gesloten envelop achter. Verder legt Paul nog een keer of vijf loonbeslag bij een werkgever. De grotere werkgevers kijken niet op of om van een loonbeslag, één kleinere werkgever schrikt wel. Deze werkgever begrijpt aanvankelijk niet wat loonbeslag inhoudt. Na uitgebreide uitleg van Paul begrijpt de werkgever beter wat van hem wordt verwacht.

In de auto spreken we over uitdagingen voor de beroepsgroep van deurwaarders. Paul vervolgt zijn verhaal. Deurwaarders en schuldhulpverlening zouden meer en beter informatie moeten uitwisselen. Met grote partijen als Plangroep gaat dat wel goed, met kleinere schuldhulpverleners praat je nog wel eens langs elkaar heen. Paul is blij met de serie ‘Schuldig’ van de VPRO omdat daarmee begrip wordt gekweekt voor de ‘sociale’ deurwaarder. Mensen moeten de deurwaarder niet zien als de onheilbrenger, maar als iemand die oplossingen kan bieden. Zo adviseren we de schuldeiser dikwijls om een afbetalingsregeling te bieden: beide partijen kunnen dan weer verder. Aan de andere kant moeten we schuldenaren niet ver-romantiseren. Het zou in veel gevallen beter zijn om mensen sneller te helpen via budgetbeheer of bewindvoering. Zonder professionele hulp zie je dat mensen aan de ene kant hun problemen wel willen oplossen, maar aan de andere kant niet weten hoe of een gat in hun hand hebben. Dan los je niks structureel op. Helaas accepteren sommige schuldenaren geen hulp, en dan gaat het mis.

Bij een van de huizen waar we aanbellen, doet een vrouw open. Ze kijkt Paul glazig aan. Na de uitleg over de dagvaarding van de zorgverzekeraar vraagt Paul of de vrouw nog meer schulden heeft. “Ja veel meer, deze brief leg ik op de grote stapel”, antwoordt de vrouw. Paul vraagt of de vrouw een baan heeft. De vrouw antwoordt ontkennend. Paul legt uit de een schuldhulpverlener de vrouw mogelijk kan helpen en dat de vrouw dan een begin kan maken om rust in haar hoofd te krijgen door te bellen naar het telefoonnummer dat op het ‘motivatiekaartje’ staat. Het gezicht van de vrouw klaart iets op.

In de auto vraag ik hoe het kan dat zoveel schulden afkomstig zijn van zorgverzekeraars. Paul antwoordt dat dit deels te maken heeft met de anonimiteit van de zorgverzekering en het systeem van zorgtoeslagen. Zorgverzekeraars zijn anonieme organisaties, je hebt er geen gezicht bij. Dat maakt het makkelijker om díe rekening niet te betalen. Een rekening van de bakker op de hoek betaal je dan toch sneller. Daarnaast krijgen mensen een zorgtoeslag uitgekeerd op hun bankrekening, maar worden ze niet verplicht om deze toeslag daadwerkelijk te gebruiken om de zorgverzekeraar te betalen. Een systeem waarbij de overheid de zorgtoeslag direct aan de zorgverzekeraar zou betalen, zou in de ogen van Paul – een paternalistische, maar – goede oplossing voor dit probleem kunnen zijn.

Aan het einde van de ronde hebben we alle adressen bezocht. We nemen afscheid en ik keer huiswaarts met nieuwe inzichten. De (sociale) deurwaarder doet betekenisvol werk. En de zin dat iedereen in een uitzichtloze schuldsituatie kan komen, spookt ook nog even door mijn hoofd. Enkele dagen later lees ik in de krant dat incassobureaus een vriendelijker toon zullen aanslaan in hun correspondentie. Het lijkt er dus op dat de onderzoeksresultaten waarover Paul sprak, door meer ondernemingen wordt omarmd. Een goede zaak.

Paul, hartelijk dank dat je me een kijkje in je keuken hebt willen geven.