Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Accepteren Meer informatie

Spanningsveld van menselijkheid, resultaten en procedures

Paul Otter (CSR-directeur Syncasso):
Spanningsveld van menselijkheid, resultaten en procedures.

CSR (Corporate Social Responsibility) is voor het gerechtsdeurwaardersvak nog nieuw en onontgonnen terrein. Het gaat over het nemen van je maatschappelijke verantwoordelijkheid bij de dingen die je doet. Waarbij je te maken hebt met een spanningsveld van menselijkheid, resultaten, procedures en technologie. Ik hou me bezig met waar we op dit gebied nog dingen missen en hoe we onze dienstverlening op dit gebied kunnen verbeteren. Bij mijn weten is er geen ander deurwaarderskantoor met een CSR-directeur. Er zijn wel kantoren die bezig zijn met elementen van CSR, zoals bijvoorbeeld laagtaligheid. Maar het enige gerechtsdeurwaarderskantoor dat richt op het ‘grote CSR-plaatje’ is Syncasso.

Netwerken

Om dit werk goed te kunnen doen moet je over een groot en breed netwerk beschikken. Daar ben ik eigenlijk altijd wel mee bezig geweest. Het meeste over je vak leer je buiten de branche. Daarin ben ik al 28 jaar actief, dus erg veel verrassingen kom ik in het vak niet meer tegen.

Echt verrassende inzichten vind ik buiten. Als gerechtsdeurwaarder hebben we de neiging om gewoon ons ding te doen. Vooral naar binnen te kijken naar onze eigen processen en procedures. Daardoor loop je het risico dat je los komt te staan van de samenleving.

Toen ik mijn eerste uitnodiging kreeg voor een congres over schuldhulpverlening ben ik er gewoon naar toegegaan. Werd wel raar aangekeken. Ging over de maatschappelijke impact van ontruimingen. Beetje open deur. Die congressen en bijeenkomsten zijn een mix van dingen aanhoren, sommige dingen meenemen en overdenken. Soms vind ik het achteraf zonde van mijn tijd, maar door erbij te zijn krijg je op termijn een netwerk. Met de RUG, de Kredietbank, de Ministeries en andere NGO’s. Dat netwerk heb je nodig om dingen voor elkaar te krijgen.

Je nek uit durven steken

Het imago van de gerechtsdeurwaarder is achterhaald. Niet in lijn met de werkelijkheid. Dat kom ik regelmatig tegen in mijn werk, met name bij ketenpartners en rechters. Dat gebruik ik om de collega’s een spiegel voor te houden. Dingen kunnen inderdaad vaak beter. Maar de beroepsgroep is duidelijk bezig om over de eigen schaduw heen te kijken. Als kantoor en ook als KBvG durven we ons nek uit te steken. Ondanks politieke weerstand. Als beroepsgroep hebben we een duidelijke maatschappelijke visie en die gaat ook nog eens ten koste van onze eigen zakelijke belangen. Er is geen andere beroepsgroep die zo bezig is met vernieuwing en constructief denken in oplossingen als de onze. Tegen de verdrukking in.

Groot contrast met de praktijk

Ik neem vaak journalisten en politici mee op route. Dat vinden ze heel spannend. Ze verwachten dat als je aanbelt bij de debiteur meteen de hel losbarst. Het contrast met de praktijk moeten ze erg aan wennen. Een casual, open en begripvol gesprek verwachten ze niet.

Je boekt alleen resultaten als je de communicatie op gang weet te krijgen. Ook als er geen geld is, in combinatie met allerlei andere problemen zoals LVB (licht verstandelijk beperkt) en laagtaligheid, de deurwaarder weet daarmee te dealen.

We doen met z’n alleen zo’n 2 miljoen huisbezoeken. In combinatie met alle andere communicatie hebben de deurwaarders meer dan 10 miljoen interacties over een heel gevoelig onderwerp: schuld. Vanuit een machtspositie waarbij de ander (figuurlijk) een draai om zijn oren krijgt. Als je dat in het perspectief zet van het aantal oplossingen dat we bereiken, afgezet tegen het aantal klachten, zijn wij de als gerechtsdeurwaarders de meest oplossende partij van Nederland.

Onderzoek en professionaliteit

We doen veel communicatieonderzoek met de Rijks Universiteit Groningen. Laatste grote onderzoek was Lezen ≠ Begrijpen. Belangrijk onderzoek dat veel heeft losgemaakt, ook in de landelijke politiek en bij de schuldhulpverlening.

Ons volgende onderzoek is nog niet definitief. Voorstel is ingediend bij het Ministerie en wacht op goedkeuring. Het gaat in de kern om een verdieping van het onderzoek naar laagtaligheid. Hoe kunnen we concrete acties optimaliseren voor laagtaligheid. Een benadering ontwikkeling die het werken met laagtaligen en LVB’ers combineert met opleiding en training. Waardoor er veel meer rekening gehouden wordt met de mogelijke problemen die een debiteur op dat gebied heeft. Dat hoort door onze professionaliteit opgelost te worden.

Maatschappij en menselijkheid

Als vak hebben we grote slagen gemaakt op het gebied van ICT en werkprocessen. Nu is het tijd dat we als Syncasso – en als hele gerechtsdeurwaardersbranche – de slag maken naar de maatschappij en de menselijkheid. De gerechtsdeurwaarder moet zich richten op de mensen met geld. Die kunnen betalen.

De schuldhulp op de mensen zonder geld. Een veel actievere samenwerking zou een boel problemen oplossen. Dat gebeurt nog nauwelijks, maar dat is de toekomst volgens mij. En de enige manier om als beroepsgroep te overleven.

De gerechtsdeurwaarder kan de regierol voeren in het brede werkveld van schulddienstverlening. Er is geen beroepsgroep die zoveel weet over de problematiek als de gerechtsdeurwaarders. Dat vraagt wel een belangrijke impuls en ondersteuning van de overheid.  Een verbreding van de huidige Rijksincasso-visie. Daar zijn alle ministeries serieus mee bezig, behalve het Ministerie van Financiën. Want die innen de belastingen en moeten het geld binnenhalen om de overheid draaiende te houden. Tegen elke prijs lijkt het wel.

Ik denk niet dat je van alle betrokken partijen mag verwachten dat er een uniform centraal beleid komt. Het is lastig genoeg om de eigen regelgeving te effectueren. Kijk naar de Beslag Vrije Voet, een initiatief van de gerechtsdeurwaarders. Het kost ondertussen meer dan tien jaar om het KBvG preadvies uitgevoerd te krijgen. Omdat iedereen om de hete brij blijft heendraaien.

Schulden- en armoedebeleid

Er is nog nooit zoveel push geweest om iets te doen aan schulden- en armoedebestrijding als op dit moment. Staatssecretaris Van Ark heeft dat echt lichtjaren vooruit gezet.

Maar het systeem is te gecompliceerd. Privacy, compliance, belangen, de debiteur zelf met zijn problemen. Je loopt letterlijk het moeras in. Als je voor een 100% oplossing wilt gaan, komt die er nooit. We moeten voor 80% gaan willen we ooit iets bereiken. We zouden LVB’ers kunnen herkennen en helpen door naar hun CITO-score op de basisschool te kijken. Of bij de inschrijving van een echtscheiding vragen of dat financiele problemen oplevert en daarop acteren. Door de privacy-paradox doen we daar maatschappelijk nog veel te weinig mee. Daarbij komt dat we als maatschappij vinden dat altijd alles voor iedereen moet kunnen. De vraag of je iets kunt kopen, of dat het verstandiger is om dat te laten, wordt veel te weinig gesteld. We lopen voor de pijn weg.

Hoe meer ik ermee bezig ben, hoe meer ik mezelf realiseer dat we meer met, dan over de schuldenaren moeten praten. Ik betrap mezelf er regelmatig op dat ik de neiging heb om voor die groep te gaan denken. Terwijl er genoeg echte ervaringsdeskundigen zijn. Dáár moeten we mee in gesprek gaan. En heel goed luisteren. Niet om het werk van de maatschappelijk werker te gaan doen. Wel om het verschil te maken. Goed ons werk te kunnen doen en meerwaarde aan incasso en gerechtsdeurwaarderswerk toe te voegen door de slag te maken naar de maatschappij en de menselijkheid. We cash. We care.