Deze website maakt gebruik van cookies om ons te helpen uw gebruikerservaring te verbeteren. Accepteren Meer informatie

Bewijs en verhaal: essentieel voor de gerechtsdeurwaarder!

Bewijs en verhaal: essentieel voor de gerechtsdeurwaarder!

Voordat een gerechtsdeurwaarder bij iemand aan de deur komt, is er op zijn kantoor al veel gebeurd.  Twee zaken lopen als een rode draad door de behandeling van een opdracht aan een gerechtsdeurwaarder: het bewijsbaar zijn van de vordering én de aanwezigheid van verhaal (betaalcapaciteit).

Voordat een gerechtsdeurwaarder een opdracht in behandeling neemt, heeft de schuldeiser diverse incassopogingen gedaan. Voor een betalingsachterstand verstuurt de schuldeiser na de factuur meestal een herinnering, aanmaning en een zogenaamd wikbrief waarmee de incassokosten verschuldigd worden. Vaak worden er aanvullend ook sms’en verstuurd of gebeld. Als de inspanningen van de schuldeiser niet helpen, kan een gerechtsdeurwaarder de vordering krijgen met de opdracht te incasseren.

Controle op bewijsbaarheid

De gerechtsdeurwaarder checkt dan eerst of alles klopt. Met andere woorden: is de vordering bewijsbaar als die bij de rechter komt? Als dat niet zo is, kost een gang naar de rechter alleen maar geld. Als een verweer bekend is, wordt dat beoordeeld en weersproken. Vaak kan dan al een oplossing worden bereikt. Als er echt een inhoudelijk geschil is en de opdrachtgever denkt een goede kans te maken, dan volgt een gang naar de rechter die in het geschil beslist. In de praktijk zijn er niet veel inhoudelijke geschillen. De meeste zaken (afhankelijk van het soort tussen de 75% en 90%) worden als verstekvonnis (gedaagde verschijnt dan niet) afgedaan door de rechter.

Check op betaalcapaciteit

Daarnaast checken gerechtsdeurwaarders of ze de betrokken klantdebiteur kennen. Daarvoor kijken ze in hun database of de betrokkene recent een zaak heeft gehad en hoe die is verlopen. Als een eerdere zaak niet is geïncasseerd en er is weinig kans op incasso, dan overleggen ze met de opdrachtgever wat verder te doen. Het Digitale Beslagregister (DBR) dat sinds 2016 verplicht is voor gerechtsdeurwaarders, is hierbij van groot belang. Voor het uitbrengen van een dagvaarding, het betekenen van een vonnis of het leggen van beslag op inkomsten checken gerechtsdeurwaarders het DBR. In het DBR staan de beslagen van gerechtsdeurwaarders op inkomsten, zoals loon, uitkering of pensioen. Gerechtsdeurwaarders zijn druk bezig met een V2.0  van het DBR waarin alle beslagen worden geregistreerd, ook die van de diverse belastingdeurwaarders. Ook de insolventieregisters, waarin faillissementen, curatelen en bewindvoeringen worden bijgehouden, zouden aan het DBR gekoppeld moeten worden.

In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, heeft het geen enkele zin voor een gerechtsdeurwaarder beslag te leggen als de schuldenaar niet kan betalen. Natuurlijk zijn er mensen  mét geld, die vinden dat ze niet kunnen betalen. En mensen die echt geen geld hebben, maar dat niet communiceren…. Het is dan aan de gerechtsdeurwaarder om de juiste inschatting te maken en dat is niet altijd eenvoudig.

Paul Otter is gerechtsdeurwaarder en bestuurslid van de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders (KBvG). De KBvG zorgt voor een goede beroepsuitoefening door de gerechtsdeurwaarders bij de uitvoering van hun taken, met oog beide partijen. Paul blogt regelmatig over actuele zaken.