Nieuws

Achter elke waterafsluiting schuilt een gezamenlijke verantwoordelijkheid

23 januari 2026

Door Pieter Bas Vermeulen, gerechtsdeurwaarder en Social Responsibility Officer bij Syncasso

Het klinkt vanzelfsprekend: kinderen sluit je nooit af van drinkwater. Water is een basisrecht. In de praktijk blijkt echter dat het soms moeilijk is om dit recht te waarborgen, omdat er verschillende verantwoordelijkheden en afwegingen spelen. Drinkwaterbedrijven hebben namelijk niet alleen oog voor sociale situaties, maar dragen tegelijkertijd ook verantwoordelijkheid voor een betrouwbare en betaalbare drinkwatervoorziening voor iedereen.

De norm is helder, de uitvoering niet

Op 19 maart 2024 oordeelde het Gerechtshof in Den Haag dat de Nederlandse Staat en twee drinkwaterbedrijven onrechtmatig handelen wanneer zij niet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk is om te voorkomen dat minderjarige kinderen onvoldoende toegang hebben tot drinkwater. Met deze uitspraak is de norm helder geformuleerd: kinderen mogen niet de dupe worden van afsluiting.

De uitspraak laat echter open hoe deze verantwoordelijkheid er in de dagelijkse uitvoeringspraktijk uitziet. Juist daar ontstaat namelijk een spanningsveld. En dat spanningsveld zien wij terug in onze dagelijkse praktijk: dossiers met een betaalvonnis en zonder oplossing. De betalingsachterstand loopt op, terwijl hulp wordt geweigerd.

Het informatiedilemma voor en achter de voordeur

De complexiteit begint al bij de vraag: wie weet eigenlijk of er kinderen in huis wonen? In de praktijk kunnen drinkwaterbedrijven, zonder tussenkomst van een gerechtsdeurwaarder, zelf overgaan tot afsluiting van de watervoorziening ‘voor de voordeur’. In deze fase beschikken zij niet over toegang tot de Basisregistratie Personen (BRP). Daardoor kunnen zij niet vaststellen of er minderjarige kinderen in het huishouden wonen. Monteurs moeten ter plaatse afgaan op indirecte signalen, zoals kinderfietsjes in de tuin of schoentjes in de gang. Deze werkwijze berust dus noodgedwongen op aannames.

Die onzekerheid is anders in de situatie waarin een afsluiting plaatsvindt ‘achter de voordeur’, na het doorlopen van een gerechtelijk traject. In dat geval is het dossier overgedragen aan een gerechtsdeurwaarder. De gerechtsdeurwaarder heeft wél toegang tot de BRP en kan vooraf vaststellen of op het adres minderjarige kinderen staan ingeschreven. Daarmee ligt de informatiepositie wezenlijk anders dan bij afsluiting door het drinkwaterbedrijf zelf.

Drinkwaterbedrijven signaleren dat het argument “er zijn kinderen in huis” soms wordt aangevoerd om betaling te ontwijken, ook wanneer dit niet overeenkomt met de feitelijke situatie. Dit zet het systeem onder druk.

Dat deze spanning niet theoretisch is, blijkt ook uit internationaal onderzoek. Zo liet onderzoek van Regioplan in 2024 zien dat in Frankrijk de invoering van een afsluitverbod een negatief effect had op het betaalgedrag: het aantal wanbetalingen verdrievoudigde na invoering van het verbod. Dit onderstreept dat het beschermen van kwetsbare huishoudens onlosmakelijk samenhangt met de vraag hoe verantwoordelijkheden, bevoegdheden en informatiepositie in de uitvoeringspraktijk zijn verdeeld.

Sociale incasso: wel ingezet, niet altijd effectief

Waterbedrijven en haar incassopartners zetten in op sociale incasso om afsluiting te voorkomen. Klanten worden meerdere keren via verschillende kanalen benaderd – met minstens één persoonlijk contactmoment – aan de deur en telefoon. Ook gemeenten en schuldhulpverlening worden vroeg betrokken.

In veel gevallen is het niet betalen van een waterrekening simpelweg een kwestie van vergeten te betalen. Het merendeel van deze dossiers wordt in de minnelijke fase opgelost. Maar er blijft een groep over. Juist daar start een spanningsveld: niemand wil drinkwater afsluiten, zeker niet als er kinderen in het spel zijn, maar in de praktijk bleek voor een bepaalde groep een (dreigende) waterafsluiting in het verleden vaak het enige effectieve middel om betaling af te dwingen of acceptatie van een hulpaanbod te bewerkstelligen.

Bij geen oplossing tijdens de minnelijk fase wordt voor gezinnen nu ingezet op het verkrijgen van een betaalvonnis. In veel gevallen komt er dan alsnog een oplossing, maar niet altijd. En daar begint de impasse die wij als gerechtsdeurwaarder dagelijks zien: er is een vonnis, maar geen oplossing. De schuldopbouw loopt door, betalingen blijven uit, contactmomenten en hulpaanbod sortéren geen effect. Deze hardnekkige gevallen vormen gelukkig een uitzondering binnen het totale aantal dossiers, maar het is wel een groeiende groep.

Wat ontbreekt, is een duidelijke escalatieroute voor situaties waarin ouders geen hulp willen accepteren.

Kanarie in de kolenmijn

Achter een langdurige betalingsachterstand kan een complexe samenloop van financiële, sociale en emotionele problemen schuilgaan. Zeker bij waterdossiers die in een gerechtelijk traject terecht zijn gekomen. Wat op het eerste gezicht een eenvoudig probleem lijkt, blijkt in deze gevallen vaak een signaal van ernstige geldzorgen, zeker wanneer er kinderen in het huishouden wonen.

Zoals de kanarie in de kolenmijn vroeger waarschuwde voor levensgevaarlijke en giftige gassen, zo kan het langdurig niet betalen van waterrekeningen wijzen op sluimerende en ernstige schuldenproblemen achter de voordeur.

De gemeente doet wat ze kan, maar komt niet verder

Om te zorgen dat deze problemen niet onopgemerkt blijven, zijn waterbedrijven wettelijk verplicht achterstanden bij de gemeente te melden. Dit stelt gemeenten in staat om snel contact te zoeken en passende ondersteuning aan te bieden, zodat betalingsproblemen kunnen worden aangepakt voordat ze escaleren. Gemeenten koppelen daarbij ook terug aan het waterbedrijf wanneer zij een huishouden niet kunnen bereiken of wanneer iemand expliciet geen hulp wil ontvangen.

Maar wat als een gezin pertinent weigert? En geen hulp accepteert? Wanneer drinkwaterbedrijven, de incassopartijen én de gemeente meerdere keren hulp aanbieden maar mensen structureel weigeren mee te werken, zien wij dat het traject stagneert. De schuld blijft oplopen en er is geen oplossing in zicht. Het vonnis ligt er, de betalingsverplichting staat vast, maar er gebeurt niets. En ondertussen groeit de financiële ellende achter de voordeur.

Wat dan? Gedwongen schuldenbewind als ultiem redmiddel?

In die uiterste gevallen, wanneer alle andere wegen zijn bewandeld en ouders weigeren hulp te accepteren terwijl de schulden oplopen, ontbreekt een duidelijke escalatieroute. Wat ontbreekt is een instrument dat ingrijpt in het belang van het gezin zelf.

Dat instrument bestaat wel, maar is relatief onbekend: gedwongen schuldenbewind. Dit middel biedt gemeenten de mogelijkheid om in te grijpen wanneer de situatie vastloopt. Het college van burgemeester en wethouders kan een verzoek tot schuldenbewind indienen bij de rechtbank, zonder dat instemming van de schuldenaar nodig is. Een bewindvoerder kan vervolgens de financiën stabiliseren en verdere escalatie voorkomen.

Het is een heftige maatregel. Maar voor gezinnen die vastzitten in destructief financieel gedrag, waarbij kinderen indirect de dupe worden van oplopende schulden en toenemende spanning, kan dit de enige uitkomst zijn. Gedwongen schuldenbewind brengt rust, structuur en perspectief – juist voor die gezinnen die dat zelf niet meer kunnen organiseren.

Deze escalatieroute voorkomt dat schulden onbeperkt blijven oplopen terwijl een gezin wegzakt in financiële chaos. Het is niet de eerste keuze, maar wel een verantwoorde keuze wanneer alle andere opties zijn uitgeput.

Water is een recht, maar ook een verantwoordelijkheid

De betaalbaarheid van drinkwater, het recht voor kinderen op toegang tot drinkwater én de verantwoordelijkheid voor ouders om hun rekeningen te betalen – of als dat niet meer lukt: hulp te accepteren – zijn geen tegenstellingen. Het zijn onderdelen van één en dezelfde verantwoordelijkheid.

Wanneer die verantwoordelijkheid niet wordt genomen, is het aan de samenleving om in te grijpen. Niet om te straffen, maar om te beschermen. Ook – of juist – als dat heftig is.

Feedback