Nieuws
Een signaal is nog geen gesprek
19 oktober 2026Door Johan Engel, relatiemanager bij Syncasso
Wat doe je als iemand niet reageert? Op de brief niet, op het telefoontje niet, en niet als er iemand aanbelt. Die vraag kwam steeds terug tijdens de Landelijke bijeenkomst Vroegsignalering van NVVK, Divosa en VNG op 21 september, waar ik namens Syncasso bij was.
Er werd goed nieuws gedeeld: er komen extra middelen om het bereik van vroegsignalering te vergroten en minder mensen onderweg te laten afhaken. De verbetermaatregelen lopen tot en met 2029. Toch bleef bij mij vooral die ene vraag hangen. Hoe zorgen we dat mensen daadwerkelijk worden bereikt, voordat een achterstand uitgroeit tot een groter probleem?
Water is een basisvoorziening
Als relatiemanager werk ik dagelijks met waterbedrijven. Schoon drinkwater is een eerste levensbehoefte. Toch wordt het minder vanzelfsprekend. Door klimaatverandering, hogere kosten en strengere milieueisen gaat de prijs de komende jaren waarschijnlijk verder omhoog. Dan wordt het des te belangrijker dat water betaalbaar blijft, ook voor mensen met weinig financiële ruimte.
Waterbedrijven hebben een duidelijke zorgplicht, zeker richting huishoudens met kinderen. Het doel is niet afsluiten, maar eerder helpen. Je wacht dus niet tot afsluiten de enige stap lijkt. Je probeert juist eerder contact te krijgen en hulp aan te bieden.
Vroegsignalering is belangrijk, maar niet genoeg
Sinds 2021 melden drinkwaterbedrijven en andere nutsbedrijven betalingsachterstanden bij gemeenten. Dat is een belangrijke stap. Maar gemeenten gaan er verschillend mee om: de een stuurt een brief, de ander gaat langs. En ondanks alle inspanningen lukt het niet altijd om iemand echt te spreken.
Dat betekent niet dat die mensen geen hulp willen. In ons werk zien we wat geldzorgen met iemand doen. Mensen schamen zich, zijn bang of weten niet meer waar ze moeten beginnen. Brieven blijven ongeopend liggen. Uit onderzoek van de KBvG en de NVVK blijkt dat veel mensen die een warme doorverwijzing weigeren, zeggen dat ze het zelf willen oplossen. Soms is iemand bang de controle over zijn geld kwijt te raken, of heeft hij een verkeerd beeld van schuldhulp. En soms is het gewoon stress. Als je elke dag bezig bent de eindjes aan elkaar te knopen, kan zelfs hulp accepteren een grote stap zijn.
De deurwaarder als laatste schakel
Hier kunnen wij als deurwaarders en incassospecialisten verschil maken. We staan soms bij mensen aan de deur op een moment dat niemand anders hen nog heeft bereikt. Dan gaat het niet om meteen een oplossing. Het gaat om rustig het gesprek aangaan, luisteren zonder oordeel, kijken wat er speelt en uitleggen welke mogelijkheden er zijn.
De pilot rond de warme doorverwijzing laat zien hoe waardevol dat is. Bijna de helft van de mensen die via de deurwaarder bij de gemeente terechtkwam, was daar nog helemaal niet bekend. Niet bij de schuldhulpverlening en niet via vroegsignalering. Zonder dat gesprek aan de deur waren zij waarschijnlijk buiten beeld gebleven.
Menselijke maat en resultaat gaan samen
De menselijke maat staat niet tegenover een goed incassoresultaat. Als je eerst kijkt naar de mens achter de achterstand, wordt de kans op een duurzame oplossing juist groter.
Extra middelen helpen, maar het verschil zit in samenwerking. Waterbedrijven, gemeenten en incassospecialisten moeten elkaar sneller weten te vinden, met korte lijnen en zonder te wachten tot een probleem groot is.
Soms maakt één goed gesprek, op het juiste moment, al het verschil.
Nieuws
Creditmanagement in de energiesector in verandering
24 september 2026
Een hoge energierekening is onvermijdelijk
Kaljee verwacht voor de komende tien jaar dat energie duurder zal worden voor iedereen. Hij geeft aan dat dat niet zit in één oorzaak, maar door een opeenstapeling van ontwikkelingen. Zo noemt hij het verstopt komen te zitten van het stroomnet, wat onder andere zal leiden tot grootschalige investering in het stroomnet en nieuwe tijdsafhankelijke nettarieven voor gebruikers. Ook noemt hij de stijging van de gasprijs door de bijmengverplichting, de verplichting voor gasleveranciers om steeds meer groen gas bij te mengen in het gasnet. Omdat het produceren van groen gas duurder is dan aardgas, stijgt de gasprijs naarmate het aandeel groen gas groeit. Daarnaast komt vanaf 2027 ETS2 in werking: een Europese regeling waarbij bedrijven die brandstoffen zoals gas leveren aan huishoudens en gebouwen, moeten betalen voor de CO2-uitstoot die daarbij vrijkomt. Die extra kosten zullen worden doorberekend aan de eindgebruiker, wat de gasprijs verder opdrijft. Kaljee ziet op korte termijn ook met verduurzaming een stijging al zal die dan minder zijn door de besparing. Maar ook wie overstapt op elektriciteit krijgt straks weer te maken met hogere netkosten door de tijdsafhankelijke nettarieven. “De rekening gaat omhoog, voor iedereen.”
Van Noodfonds naar structurele oplossing
Het Tijdelijk Noodfonds Energie hielp de afgelopen jaren meer dan 200.000 huishoudens met het betalen van hun energierekening. Het fonds werd opgezet door een aantal grote energieleveranciers. Energie-Nederland droeg niet financieel bij maar pleitte er wel voor dat de overheid de verantwoordelijkheid voor structurele hulp zou overnemen. Dat is nu gelukt voor 2027. Energie-Nederland dringt er op aan dat het fonds wordt omgevormd tot een structureel Energiefonds 2027-2032, terwijl er gelijktijdig maatregelen komen gericht op het verduurzamen van woningen van huishoudens met lage en middeninkomens. Want zolang woningen niet verduurzaamd zijn, blijven mensen kwetsbaar voor hoge energiekosten. Op de lange termijn verwacht Kaljee echter dat energiearmoede minder een energievraagstuk wordt en meer een algemeen inkomensprobleem. Als woningen eenmaal verduurzaamd zijn en de energierekening daalt, blijft er een groep mensen over die het simpelweg niet redt omdat hun inkomen te laag is. Dat is niet meer op te lossen met energiemaatregelen, dat vraagt om inkomensbeleid.
Signaleren werkt alleen als de opvolging ook klopt
In 2020 ondertekende Energie-Nederland namens de energieleveranciers het Landelijk Convenant Vroegsignalering, samen met gemeenten, woningcorporaties, drinkwaterbedrijven en zorgverzekeraars. Het idee: zodra een klant een betalingsachterstand heeft, geeft de energieleverancier een signaal af aan de gemeente, zodat die proactief hulp kan aanbieden. Sinds 2021 is dit een wettelijke taak van elke gemeente. Dat de nieuwe Energiewet het nu ook formeel verankert voor energieleveranciers, verandert de afspraken die Energie-Nederland namens de sector heeft gemaakt niet wezenlijk.
Maar Kaljee maakt zich wel zorgen over de uitvoering. Want gemeenten mogen zelf bepalen wat ze doen met een signaal; een brief sturen, bellen of een huisbezoek. In de praktijk pakt echter nog niet elke gemeente dat even voortvarend op en signaleren heeft alleen zin als er een vervolgstap volgt. Kaljee merkt op dat de regelgeving en de processen weliswaar zijn gerealiseerd, maar dat er vervolgens nog niet voldoende mensen en middelen beschikbaar zijn om het ook daadwerkelijk efficiënt en effectief uit te voeren. Als het goed is wordt hier wel aan gewerkt door het ministerie en VNG.
Het belang van vraagcreatie voor de energietransitie
De structureel hogere energierekening is één kant van het verhaal. De andere kant is er de energietransitie zelf en, zo geeft Kaljee aan, die biedt ook kansen. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in duurzame energie, maar Kaljee ziet een discrepantie: het aanbod van duurzaam opgewekte elektriciteit groeit, maar de vraag ernaar blijft achter. Vooral in de industrie moet die vraag nog van de grond komen. Als dat lukt, lost het volgens hem meteen een ander probleem op. Huishoudens met zonnepanelen leveren nu stroom terug die veelal niets waard is. Meer vraag naar duurzame elektriciteit kan daar verandering in brengen. Kaljee is er nuchter over: de sector zit in een overgangsfase waarin veel tegelijk samenkomt. De kosten gaan omhoog, maar op de lange termijn, als woningen verduurzaamd zijn en de vraag naar duurzame energie op gang komt, wordt het beter te managen. Daar zet de sector nu ook op in.
Nieuws
'Sociaal incasseren is geen gunst, het is de norm'
24 september 2026
Energiearmoede raakt steeds meer huishoudens. Hoe merken jullie bij Vattenfall dat?
“We zagen de druk op klanten de afgelopen jaren stap voor stap toenemen,” vertelt Martin Neef. “Tijdens de coronacrisis konden we mensen vaak nog helpen met praktische oplossingen, zoals online betalingsregelingen en laagdrempelig contact via WhatsApp. Maar de energiecrisis van 2022 en 2023 was van een andere orde. Bedragen werden groter en de betaalcapaciteit bij een groeiende groep klanten ontbrak. We hanteren al jaren een zorgvuldig incassoproces, waarbij we zelf de regie houden en oog hebben voor de maatschappelijke situatie van onze klanten maar rondom de energiecrisis merkten we dat het om een breder maatschappelijk probleem ging.” Samen met het Nibud, de NVVK en andere partijen probeerde Vattenfall het onderwerp nadrukkelijk op de politieke agenda te krijgen. Daar werd achter de schermen bijna een jaar intensief aan gewerkt en dat leidde uiteindelijk tot maatregelen zoals de energietoeslag en het Tijdelijk Noodfonds Energie. Twee tijdelijke maatregelen om huishoudens met een laaginkomen en hoge energiekosten financieel te ondersteunen.
Over verduurzaming en energiearmoede
In 2025 lag de focus van het Tijdelijk Noodfonds Energie voor het eerst ook op verduurzaming. Daarbij werd ook zichtbaar hoe complex het systeem van subsidies en regelingen is. “Er zijn al veel duurzaamheidsregelingen, maar ze worden nauwelijks gebruikt. Mensen moeten ales eerst zelf betalen en hopen dat ze de subsidie later terugkrijgen. Vaak is ook nog onduidelijk wanneer dat gebeurt. Zeker voor mensen die het financieel al moeilijk hebben, is dat een grote drempel.” Samen met het Tijdelijk Noodfonds Energie onderzocht Vattenfall waar knelpunten en mogelijkheden zitten om compensatie en verduurzaming te combineren. Neef benadrukt daarbij dat een energieleverancier dit niet alleen kan oplossen. Hij wijst daarbij op het Social Climate Fund, een Europees fonds dat kwetsbare huishoudens moet ondersteunen bij de energietransitie. “Wij zijn geen bank. We kunnen die financiering niet zelf regelen. Wel proberen we partijen bij elkaar te brengen. Met het Social Climate Fund hopen we dat er een duidelijk systeem komt, met publieke financiering en één loket.”
De goedkoopste energie is die je niet gebruikt
Vattenfall probeert klanten ook praktisch te helpen besparen, via verbruikapps, energiescans en huisbezoeken. “Bij een energiescan of huisbezoek zie je vaak pas waar het verbruik echt vandaan komt,” zegt Neef. “Vaak zijn het kleine dingen die verschil maken: een halogeenlamp, een apparaat dat aan blijft staan. Daarvan bewust worden kan mensen veel geld besparen.” Dat sluit volgens Neef aan bij hoe Vattenfall breder met klanten omgaat. “Je kunt een klant niet uitleggen dat iets alleen in het belang van Vattenfall is,” zegt hij. “Het moet altijd óók werken voor de klant en voor de samenleving.”
Samenwerking rond schulden en betalingsproblemen
Die gedeelde verantwoordelijkheid geldt niet alleen bij energieverbruik, maar ook bij betalingsproblemen. Zo is Vattenfall betrokken bij het Afsprakenkader Sociaal Incasseren, een samenwerking vanuit de Stichting Financieel Gezond Nederland met grote schuldeisers als energieleveranciers, woningcorporaties en banken om incassotrajecten menselijker en preventiever te maken. Daarnaast is Vattenfall betrokken bij het Landelijk Convenant Vroegsignalering, waarin gemeenten, verhuurders, zorgverzekeraars en energie- en waterbedrijven afspraken maken om betalingsachterstanden vroeg te signaleren en schulden te voorkomen. Bovendien was Martin Neef voorzitter van de Schuldeiserscoalitie, een samenwerkingsverband van grote schuldeisers. De kern van deze samenwerkingen is volgens hem simpel: als elke partij zijn eigen aanpak hanteert, werkt het niet. “Als Vattenfall alleen zorgvuldig handelt terwijl andere partijen sneller en harder incasseren, dan help je niemand,” zegt hij. “Dan loop je uiteindelijk allemaal vast.”
Vroegsignalering in de praktijk
Die samenwerking krijgt concrete vorm in vroegsignalering, dat inmiddels wettelijk verplicht is. Vattenfall pleitte zelf voor een verplichting, zodat alle energieleveranciers aan vroegsignalering meedoen. Volgens Neef is dat bewust gedaan om te voorkomen dat het vrijblijvend blijft. “We hebben er zelf op aangedrongen dat het een verplichting werd,” zegt hij. “Juist omdat we vinden dat iedereen dit moet doen. Als je erin gelooft, wil je dat het de norm is, niet een uitzondering.” In de uitvoering ziet hij grote verschillen tussen gemeenten. Amsterdam noemt hij als voorbeeld waar samenwerking met buurtteams en maatjesprojecten al langer goed is ingebed. In andere gemeenten is dat minder vanzelfsprekend. “Die verschillen zijn groot,” zegt Neef. “Niet overal is het niveau hetzelfde. Er is echt behoefte aan een duidelijker kwaliteitskader voor vroegsignalering. Dat lijkt met de basisdienstverlening in schuldhulp nu ook te komen.” Een ander probleem is de snelheid van de opvolging. Na een signaal volgt eerst een gemeentelijke aanmelding, maar daarna kan het in de praktijk nog weken duren voordat hulp op gang komt. “Dan ben je zo anderhalve maand verder,” zegt hij. “Soms al twee termijnbedragen die erbij komen.” Ook in de opvolging zelf ziet hij knelpunten. “Soms wordt een traject even gepauzeerd, en daarna hoor je niets meer terug,” zegt Neef. “Na een maand valt zo’n signaal automatisch weg, zonder dat er echt iets gebeurd is. Dat is zonde.”
Vanaf 1 januari 2026 nieuwe energiewet
De nieuwe Energiewet laat zien hoe maatschappelijke keuzes rond energiearmoede en incasso worden vertaald naar wetgeving in de sector. De voorbereiding hierop vroeg veel van Vattenfall. “Mijn team was er zo’n drie maanden intensief mee bezig, andere teams binnen Vattenfall nog langer. Dat terwijl de ACM ons eerder complimenten gaf voor hoe we ons afsluitbeleid hadden ingericht. Toch blijft het puzzelen om de vertaalslag van nieuwe wettekst te vertalen naar processen.” Vooral de rol van vroegsignalering is veranderd. “Vroegsignalering en incasso liepen voorheen parallel. Nu dicteert vroegsignalering deels wanneer ik bepaalde incassomaatregelen kan nemen. Dat was even schakelen.” Vattenfall dacht in de ontwerpfase van de energiewet mee waardoor enkel op onderdelen moest worden aangepast. Er is nog één wens. “We zijn met partners in gesprek om de aanlevertermijn voor vroegsignalering terug te brengen naar wekelijks, of zelfs dagelijks. De wet bepaalt nu deels hoe en wanneer we klanten kunnen benaderen. Daardoor kan er soms vertraging ontstaan tussen het signaleren van betalingsproblemen en het bieden van passende ondersteuning.” Maar volgens Neef is wetgeving slechts een deel van het antwoord. Er blijft altijd een groep die alsnog in de problemen komt, waarvoor meer steun nodig is.
Van tijdelijk Noodfonds naar structurele oplossing
Volgens Neef is het tijdelijk Noodfonds Energie geen houdbare constructie. Hij legt uit dat politieke omstandigheden een structurele oplossing steeds hebben vertraagd. “We zijn al bij noodfonds één in gesprek gegaan over een structurelere oplossing. Maar er was een kabinetsval, daarna een formatie, twee keer op rij politieke onrust. Elke keer werd de structurele oplossing op de lange baan geschoven.” Volgens hem is duidelijk dat inkomensondersteuning via energieleveranciers geen blijvende oplossing kan zijn. “Het moet een publiek gefinancierd energiefonds zijn. En we moeten stoppen met pleisters plakken. Structurele verduurzaming is uiteindelijk de enige echte oplossing.” De beweging richting zo’n publiek gefinancierde aanpak ziet hij als vooruitgang, al blijft hij realistisch over de uitvoering. “In ieder geval wordt het nu erkend als een maatschappelijk probleem dat opgelost moet worden.” Die maatschappelijke context werkt ook door in nieuwe wet- en regelgeving voor de energiesector.
Creditmanagement in de energiesector in 2027-2030?
Neef verwacht dat de druk op de betaalbaarheid verder zal toenemen. “Saldering verdwijnt, nettarieven stijgen, er komen nieuwe Europese heffingen,” zegt hij. “Zonder extra maatregelen worden kwetsbare huishoudens harder geraakt.” Het vak verandert technisch snel, maar niet fundamenteel. “AI en data helpen enorm,” zegt hij. “Maar uiteindelijk heb je mensen nodig die snappen wat er achter een betalingsprobleem zit en die kunnen doorverwijzen naar hulp.” De oplossing ziet hij niet in één richting, maar in een combinatie. “Energiebesparing, verduurzaming, slimme systemen,” zegt hij. “En zolang dat niet genoeg is: tijdelijke compensatie. Niet als eindstation, maar als brug.” Wat voor hem uiteindelijk centraal blijft, is eenvoudig. “Dat iedereen in staat is zijn energierekening te betalen.”
Nieuws
“De afspraken liggen er, nu moeten we ze waarmaken”
24 september 2026
Creditmanagement verschuift naar de sociale kant. Hoe kijkt u daartegen aan?
De Witte is er helder over: de verschuiving is onvermijdelijk, maar ze heeft ook een zakelijke logica. Betalingsproblemen zijn in toenemende mate het gevolg van structurele bestaansonzekerheid, stijgende woonlasten en boodschappen, flexibele arbeidscontracten, energieprijzen die ook na de piek van 2022-2023 op een hoger basisniveau zijn blijven hangen. In die context kunnen schulden groter worden. Budget Thuis vertaalde dat inzicht naar beleid: al na de eerste onbetaalde nota wordt contact gezocht, samen met een verwijzing naar Geldfit. “Hoe kleiner de schuld is en hoe sneller je erbij bent, dan laat je het niet verder oplopen. Zeker met een energierekening die best fors is.”
Dat vroege contact werd binnen de sector aanvankelijk als opvallend voortvarend gezien, omdat veel organisaties destijds pas later in het proces persoonlijk contact zochten. Inmiddels ziet De Witte dat vroegsignalering en sociaal incasseren breder gemeengoed worden binnen de energiesector.
Is energiearmoede op te lossen door energiebedrijven?
Op de vraag of energiebedrijven energiearmoede kunnen oplossen, is De Witte duidelijk over de grenzen van hun rol: niet alleen, en niet zonder structurele ingrepen aan de kant van de woning. Ze wijst op een patroon dat ook in onderzoek van CBS en TNO wordt bevestigd: huishoudens met de laagste inkomens wonen vaker in slecht geïsoleerde woningen en betalen daardoor verhoudingsgewijs meer aan energie. Gedragsverandering helpt marginaal, maar is volgens haar geen antwoord op een bouwkundig probleem.
“De meest kwetsbare huishoudens zitten vooral in de sociale woningbouw. Daar heb je woningbouwcorporaties echt voor nodig om echt een gestructureerde aanpak te kunnen doen.” Het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat tijdens de energiecrisis werd opgezet om huishoudens met lage inkomens en hoge energielasten tijdelijk financieel te ondersteunen, waardeert ze om meerdere redenen: de gerichtheid, alleen voor huishoudens met een hoge rekening én een laag inkomen, maar ook het vermogen om het telkens binnen korte tijd opnieuw op te tuigen als de nood hoog is. Dat samenwerking tussen overheid en energiebedrijven zo snel kan schakelen, vindt ze op zichzelf al waardevol. Tegelijkertijd is ze kritisch over de structurele waarde ervan: volgens De Witte is het een doekje voor het bloeden zolang verduurzaming uitblijft. De echte oplossing ligt wat haar betreft in isolatie, structurele verduurzaming en gedragscoaching achter de voordeur en daarvoor zijn andere partijen nodig dan energieleveranciers alleen.
Wat betekent het afsprakenkader sociaal incasseren in de praktijk?
Budget Thuis tekende op 25 maart 2025 het Afsprakenkader Sociaal Incasseren van de SFGN en is recentelijk van aspirant-deelnemer doorgegroeid naar volwaardig deelnemer. Zo’n 60 bedrijven, banken, verzekeraars, energieleveranciers, werken daarin samen. “Buiten dit kader zijn we elkaars concurrent. Maar hier zoeken we echt de samenwerking op. We trekken samen op richting het noodfonds, we weten elkaar te vinden, bijvoorbeeld in onze appgroep.”
Tegelijkertijd weet ze uit ervaring dat coalities alleen werken als er binnen organisaties mensen zijn die het écht belangrijk vinden. Wat haar bij de SFGN-coalitie opvalt, is dat die oprechte betrokkenheid er is. Een groep mensen die zien en begrijpen dat dit een probleem is dat je gezamenlijk moet oplossen. Volgens haar zit de volgende stap daarom niet zozeer in méér overleg, maar in het aansluiten van aanvullende organisaties en het daadwerkelijk toepassen van de afspraken in de praktijk.
Waar schiet het systeem nog tekort?
De vroegsignalering via gemeenten werkt goed waar gemeenten daar capaciteit en prioriteit voor hebben. Amsterdam noemt ze als positief voorbeeld. Maar de kwaliteit over het hele land wisselt sterk, en dat is iets waar energieleveranciers geen grip op hebben.
“Of het goed werkt, ligt echt aan de gemeente en hoe professioneel die zijn. Bij sommige wordt het erbij gedaan en is er minder capaciteit. Dan loopt het allemaal wat moeizamer.” Wat haar opvalt, is dat betalingsproblemen zich steeds minder langs voorspelbare lijnen tekenen. Een scheiding, plotselinge mantelzorg of een wegvallend flexcontract kan elk huishouden raken, de groep is breder dan wordt aangenomen. Dat vraagt volgens haar om een systeem dat niet wacht tot mensen diep in de problemen zitten, maar structureel eerder ingrijpt op het niveau van inkomenspolitiek, woningkwaliteit en toegang tot schuldhulp, en niet alleen op het niveau van de individuele klant.
Wat moet er nu echt gebeuren?
De Witte verwacht dat er voor 2030 een structurele publieke regeling komt om kwetsbare woningen te verduurzamen, mede gefinancierd vanuit Europa. Ze is realistisch over de snelheid waarmee de overheid dat kan organiseren. Op sectoraal vlak verwacht ze meer samenwerking tussen bedrijven rondom vaste lasten en een groeiend aantal partijen dat zich aansluit bij het Afsprakenkader. Maar haar kernboodschap is simpel: “We hebben de afspraken gemaakt. Laten we de komende twee, drie jaar gebruiken om ze echt te implementeren en te verbeteren, in plaats van er nog meer over te praten. Niet lullen, maar poetsen.”
Nieuws
Samen werken aan financiële redzaamheid
22 september 2026In gesprek met Daphne Visser van a.s.r. over Doenkracht, preventie, de lessen van ‘Geen Saldo’ en de kracht van lokale ketensamenwerking.
In 2025 lanceerde Syncasso het jeugdboek Geen Saldo om geldproblemen onder jongeren bespreekbaar te maken. Doenkracht, het maatschappelijke programma van a.s.r., omarmde het initiatief direct door 1.000 exemplaren te schenken aan scholen en een praktische lesbrief te ontwikkelen in samenwerking met KiKid en LEF. Nu blikken we met Daphne Visser, programmamanager financiële educatie bij a.s.r., terug op dit gezamenlijke initiatief. Hoe pakken zij schuldpreventie aan, wat werkt er écht in de klas, en hoe bouwen we samen verder aan een financieel bewust, redzaam en weerbaar Nederland?
De maatschappelijke missie van a.s.r.
Daphne, je bent inmiddels tien jaar actief bij het maatschappelijke programma van a.s.r., Doenkracht. Kun je kort vertellen wat jullie programma Doenkracht precies doet en waar jullie je voor inzetten?
Met Doenkracht zetten we ons in voor een samenleving waarin meer mensen financieel bewust, redzaam en weerbaar zijn. Als verzekeraar vinden we het belangrijk om mensen te helpen bij het maken van bewuste financiële keuzes: welk risico dek ik af, hoe verzeker ik mijzelf, en hoe bouw ik vermogen op voor later? Om die keuzes goed te kunnen maken, is financiële kennis onmisbaar. Vanuit die maatschappelijke verantwoordelijkheid ondersteunen we mensen bij het versterken van hun financiële vaardigheden.
Je gaf aan dat het programma op twee verschillende pijlers rust. Welke zijn dat?
Doenkracht financiert projecten voor financiële onderwijs- en lesprogramma’s en ondersteunt organisaties die mensen met (dreigende) financiële problemen helpen om erger te voorkomen. Daarnaast activeert Doenkracht a.s.r.-collega’s om zich in te zetten bij maatschappelijke organisaties. We stimuleren onze a.s.r.-collega’s om letterlijk hun handen uit de mouwen te steken bij maatschappelijke organisaties. Zij gaan bijvoorbeeld een middag of dag helpen. Dit is niet alleen goed voor de teambuilding, maar geeft onze collega’s ook een breder perspectief op wat er echt leeft in de samenleving.
Schuldpreventie en de lessen van ‘Geen Saldo’
In 2025 sloegen Syncasso en Doenkracht de handen ineen rondom het jeugdboek Geen Saldo. Hoe paste deze samenwerking binnen jullie grotere preventielijn?
Het paste heel natuurlijk, omdat het voorkomen dat jongeren in de schulden raken een van onze aandachtsgebieden is. Geen Saldo is geschreven door Caja Cazemier, die de taal van jongeren heel goed spreekt. Door onze krachten te bundelen, konden we daar een lesbrief aan koppelen die docenten helpt om het verhaal in de klas na te bespreken. Daarmee verleng je de impact van het boek. Je maakt een heel lastig thema zoals geld en schulden, waar helaas nog vaak een taboe op rust, klassikaal bespreekbaar. Jongeren leren zo over actuele risico’s, zoals het gevaar van geldezelen of de gevolgen van het te laat betalen van je zorgpremie. Het klassikale gesprek met de leerkracht helpt enorm om het gesprek in de klas onderling te voeren.
Binnen die educatieve, preventieve aanpak werken jullie samen met vaste partners. Welke keuzes maken jullie daarin?
Klopt, we werken op scholen heel bewust samen met vier gespecialiseerde partners. Dat zijn Eurowijs voor het basisonderwijs, Stichting KiKiD met de online ‘Geld & Geluk’-lessen voor het voortgezet onderwijs, Stichting LEF gericht op het mbo, en Moneyways die peer-to-peer met jongeren praten in de klas om het taboe en de schaamte rond geld te doorbreken. We hebben deze vier partners destijds gevraagd om heel gericht te meten en te evalueren of hun lesprogramma’s daadwerkelijk het gewenste effect hebben bij de leerlingen.
Jullie hebben die evaluatie concreet gemaakt met de introductie van het ‘Reflectieraster’. Hoe werkt dit instrument in de praktijk?
Er is landelijk een gigantisch aanbod aan lesmateriaal, waardoor docenten door de bomen het bos niet meer zien. Wij wilden een hulpmiddel bieden om snel te zien wat echt werkt. Op basis van wetenschappelijk literatuuronderzoek van dr. Aisa Amagir van de Hogeschool van Amsterdam naar de werkzame elementen en randvoorwaarden van effectieve financiële educatie, hebben we een praktisch hulpmiddel laten ontwikkelen: het Reflectieraster. Een zware ‘kwaliteitstoetsing’ wil ik het niet direct noemen, maar het is een heel handig instrument waarmee ontwikkelaars en scholen hun eigen materiaal kunnen spiegelen aan de bevindingen uit het proefschrift over wat werkt en welke randvoorwaarden nodig zijn voor een effectieve geldles . Onze partners gebruiken dit raster nu structureel om hun lessen voor het nieuwe schooljaar gericht aan te scherpen. Denk aan vragen als: bereikt deze werkvorm het doel, of begrijpt de jongere nu echt wat het effect is voor de toekomst?
Weerbarstige praktijk: Ouders bereiken
Om jongeren echt financieel redzaam te maken, is de thuisomgeving cruciaal. Jullie hebben geprobeerd om ook workshops voor ouders te organiseren. Wat zijn jullie ervaringen daarmee?
Dat is een heel belangrijk punt, maar in de praktijk helaas ook ontzettend weerbarstig. Om heel eerlijk te zijn: we kregen fysiek gewoon geen ouders naar die workshops toe. Daarom hebben we besloten om met die fysieke ouderbijeenkomsten te stoppen. Wel bieden we via het Nibud een online cursus aan waar ouders zelfstandig mee aan de slag kunnen. Daarnaast hebben we onze aanpak verlegd naar de professionals in de ring om de jongere heen. We trainen nu bijvoorbeeld jongerenwerkers en Ouder- en Kindteam-medewerkers (OKT) in de vuistregels van het Nibud. Zij zitten wél dagelijks in de spreekkamer met deze gezinnen en kunnen die handvatten op een natuurlijke manier inbrengen. Als je de ouders niet direct bereikt, moet je zorgen dat de professionals om hen heen de juiste tools hebben.
Verzachten van geldzorgen en de kracht van de keten
Naast preventie richt Doenkracht zich ook op het verzachten van bestaande financiële problemen. Hoe vullen jullie dat in?
We moeten keuzes maken en daarom richten we ons met het verzachten van problemen heel specifiek op de vier vestigingssteden van a.s.r.: Groningen, Heerlen, Enschede en Utrecht. Hier ondersteunen we lokale interventies die hun succes in de praktijk al hebben bewezen. We gaan een bewuste samenwerking aan voor drie jaar, waarbij we niet alleen financieren, maar de partners ook trainen in de impact leren meten door deel te nemen aan ons impact-trainingsprogramma. Zij leren hoe ze data moeten verzamelen, lezen en gebruiken om hun eigen programma continu te verbeteren.
Een prachtig voorbeeld hiervan is onze samenwerking met Stichting Spaarkracht. Zij zetten spaarkringen op voor mensen met financiële krapte. In zo’n groep herstellen mensen hun sociale vangnet—een belangrijk kapitaal dat vaak wegvalt bij armoede—en leren ze heel positief en laagdrempelig te sparen. Ook koppelen we dit waar mogelijk aan partners als Brand New Job om mensen aan werk te helpen, want een stijgend inkomen is de meest directe weg naar meer financiële weerbaarheid.
Tot slot: wat is voor jou de essentie van ketensamenwerking, en hoe zie je daarin de rol van Syncasso?
Samenwerken maakt ons simpelweg sterker. Dat zien we ook binnen Doenkracht gebeuren: zodra partners elkaar weten te vinden, ontstaat er een katalysatoreffect. Onze samenwerking rondom Geen Saldo is daar het levende bewijs van. Het laat zien dat een incassopartner als Syncasso niet pas aan het einde van de rit in actie komt om te incasseren, maar actief meedenkt aan de voorkant van de keten om schulden te helpen voorkomen. Als we elkaars expertise en netwerk blijven opzoeken, kunnen we de schuldenketen van binnenuit structureel verbeteren.
“Samenwerken in de keten is de ultieme katalysator. Als we elkaars netwerk en expertise blijven benutten, kunnen we Nederland écht meer financieel bewust, redzaam en weerbaar maken.”
Nieuws
"Mensen durven pas te praten als ze weten dat niemand ze veroordeelt"
18 augustus 2026Syncasso werkt samen met Geldfit, een organisatie die mensen met geldzorgen helpt de juiste weg te vinden. José Schuurkamp is accountmanager bij Geldfit en legt uit hoe dat werkt, wat ze zien bij mensen die bellen en waarom anonimiteit zo belangrijk is.
Voor wie is Geldfit?
“Geldfit is er voor iedereen die vragen heeft over geld. Dat hoeft niet direct een crisis te zijn, het kan ook gewoon zijn dat iemand een betalingsherinnering heeft ontvangen en niet weet wat hij daarmee moet. Of dat iemand het gevoel heeft dat het langzaam misgaat, maar nog niet weet waar hij terecht kan. We helpen particulieren, maar ook ondernemers.” Legt José uit.
Geldfit bracht de sociale kaart van Nederland in kaart, lokaal én landelijk. Wie contact opneemt met Geldfit, krijgt een luisterend oor. Medewerkers denken mee en brengen je, als het nodig is, in contact met die ondersteuning die het beste aansluit bij de situatie. Dat kan een schuldhulpverlener zijn, een gemeentelijke regeling, of iets heel anders zoals een buurtactiviteit voor mensen waarbij eenzaamheid een rol speelt in geldzorgen. In de eerste helft van 2026 bezochten meer dan een miljoen mensen de website. Bijna 30.000 mensen belden of stelden via whatsapp hun vragen of spraken hun zorgen uit over geld. Geldfit zoekt mensen ook actief op, bijvoorbeeld met een camper die door wijken rijdt waar mensen gratis en vrijblijvend kunnen ontdekken welke regelingen of toeslagen zij kunnen aanvragen.
Wat houdt mensen tegen om hulp te zoeken?
“Schaamte, bijna altijd. En de overtuiging dat het vanzelf wel goed komt. Mensen denken: volgende maand heb ik vakantiegeld, dan los ik het op. Dat denken ze soms jaren. Totdat de situatie zo vastgelopen is dat ze het niet meer alleen kunnen oplossen.” Geldfit werkt volledig anoniem. Wie belt, hoeft geen naam te geven. Ook het doorverbinden vanuit Syncasso werkt anoniem. Syncasso heeft een eigen rechtstreeks telefoonnummer bij Geldfit, waardoor medewerkers iemand direct en warm kunnen doorverbinden. Pas als iemand ergens naartoe wordt doorverwezen, vraagt Geldfit naar een postcode. Zo kan er lokaal worden gezocht naar passende hulp. “We merken dat mensen pas echt gaan praten als ze weten dat niemand ze veroordeelt. Dat ze hun verhaal kunnen doen zonder dat het gevolgen heeft. Die anonimiteit is geen bijzaak, het neemt een drempel weg en maakt het mogelijk om een stap te zetten richting hulp.”
Doorverwijzing vanuit Syncasso
“Medewerkers van Syncasso verbinden iemand direct met ons door. Wij weten via het telefoonnummer dat iemand via Syncasso bij ons terechtkomt, verder weten we niets. Geen naam, geen dossier, niets. Dan beginnen we gewoon een gesprek.” Het gesprek met Geldfit heeft geen tijdslimiet en volgt geen vast script. Geldfit-medewerkers luisteren eerst, brengen de situatie in kaart en kijken dan samen met iemand wat er nodig is. Als iemand dat op prijs stelt, neemt Geldfit later contact op om te vragen hoe het is gegaan. Mensen waarderen dat de organisatie betrokken blijft en opnieuw meedenkt als blijkt dat meer hulp nodig is. Die nazorg kan soms wel een jaar aanhouden.
Het risico van geldzorgen
“Geldzorgen hebben een enorm effect op het dagelijks leven. Ik spreek veel met zorgverzekeraars en het raakt me elke keer weer: mensen die niet naar het ziekenhuis gaan omdat ze de reis er naartoe bijvoorbeeld niet kunnen betalen. Zelfs kinderen die niet kunnen worden gebracht. Dat is zorg die gewoon niet terechtkomt bij mensen die er wel recht op hebben. En dan is er de schaamte die mensen steeds verder isoleert. Ze nodigen vrienden niet meer uit, trekken zich terug, houden alles binnenskamers. Terwijl mensen in hun omgeving vaak gewoon zouden willen helpen als ze het wisten. Het is een neerwaartse spiraal die we met elkaar kunnen doorbreken en zelfs voorkomen door mensen tijdig in contact te brengen met de juiste hulp.”
Vanuit Syncasso
In samenwerking met Geldfit helpen wij debiteurklanten bij het voorkomen van verdere betalingsproblemen. Wanneer blijkt dat iemand moeite heeft met zijn of haar geldzaken of geldzorgen, verwijzen wij gericht door naar Geldfit voor onafhankelijk, gratis advies en praktische hulpmiddelen. Zo maken wij financiële ondersteuning toegankelijk op het moment dat dat het meeste effect heeft en dragen wij bij aan duurzame oplossingen.
Geldfit is bereikbaar via 0800-8115 (gratis, anoniem) en via WhatsApp, dagelijks van 9.00 tot 21.00 uur. Op geldfit.nl zijn ook handige tools beschikbaar, zoals de Potjescheck en de Geldfit-test.
Nieuws
Ruimte voor een normaal leven, ook in een betalingsregeling
28 juli 2026Door Wikje Talsma, relatiemanager en gerechtsdeurwaarder bij Syncasso
Een langlopende betalingsregeling, vraagt om meer dan een eenvoudige rekensom. Als relatiemanager en gerechtsdeurwaarder bij Syncasso zie ik dagelijks dat langlopende regelingen alleen standhouden als iemand naast de betalingsregeling een normaal leven kan blijven leiden. Want wie jarenlang op het randje van het bestaansminimum moet leven, houdt dat simpelweg niet vol.
Daarom kijken we bij langer lopende betalingsregelingen verder dan het dan het bestaansminimum. We gebruiken daarvoor de Nibud-planner. Een tool die uitgaat van gemiddelde huishoudbudgetten: wat een gezin gemiddeld uitgeeft aan boodschappen, vrije tijd, een telefoonabonnement of verzekeringen, afgestemd op de gezinssamenstelling. Zo houden we bij een langdurige regeling bewust wat meer ruimte over voor de dingen die het leven leefbaar maken. We vinden het belangrijk dat mensen ook tijdens een betalingsregeling een normaal leven kunnen leiden. Zo voorkomen we ook dat iemand halverwege afhaakt en helemaal stopt met betalen, omdat het financieel gewoonweg niet meer te doen is.
Om die tool goed te kunnen gebruiken, is zicht nodig op iemands inkomsten en uitgaven. Daarom vragen we, bij een langer lopende regeling, om een inkomsten- en uitgavenformulier in te vullen. Zo krijgen we een compleet beeld van iemands financiële situatie: niet alleen het inkomen, maar ook de vaste lasten, aankomende verplichtingen en eerdere mee- en tegenvallers. Op basis daarvan berekenen we een betalingsregeling die past bij de werkelijke situatie.
Het invullen van zo’n formulier vraagt om vertrouwen. Daarom leggen we altijd goed uit waarom we deze informatie nodig hebben. Juist om de situatie voor de debiteurklant zo in te richten dat deze haalbaar is en blijft.
Het resultaat is dat we het gesprek met de debiteurklant op een heel ander niveau kunnen voeren. Omdat we vervolgens de individuele situatie goed kennen, kunnen we gericht advies geven, bijvoorbeeld als de uitgaven ergens duidelijk boven het gemiddelde uitkomen. Onze mensen zijn hierin getraind en gaan dat gesprek zonder oordeel aan, met oog voor de reden achter een uitgave. Zo ontstaat een regeling die niet alleen op papier klopt, maar ook in de praktijk vol te houden is. Daarbij kijken we graag verder dan de regeling zelf, door ook te bespreken wat iemand op langere termijn kan doen om de situatie te verbeteren. Zo bieden we mensen een toekomstperspectief.
Meer weten over hoe Syncasso maatwerk levert in langlopende betalingsregelingen? We denken graag mee. Neem contact met ons op via communicatie@syncasso.nl.
Nieuws
De Syncasso Podcast – Aflevering 6 met Don Ceder
16 juli 2026Hoe zorgen we voor een incasso- en schuldenstelsel dat recht doet aan zowel schuldeisers als mensen met schulden? En wat is ervoor nodig om problematische schulden eerder te voorkomen in plaats van achteraf op te lossen?
In deze aflevering gaat onze CEO Michaël Brouwer in gesprek met Don Ceder, Tweede Kamerlid voor de ChristenUnie. Ze spreken over de hervorming van het incasso- en schuldenstelsel, de maatschappelijke rol van deurwaarders, collectieve afbetalingsregelingen en de vraag hoe het verdienmodel van gerechtsdeurwaarders kan worden aangepast zodat het beter aansluit bij hun maatschappelijke rol.
Een open gesprek over wetgeving, verantwoordelijkheid en de zoektocht naar een systeem dat niet alleen rechtvaardig is, maar ook werkt voor de mensen om wie het gaat.
Beluister nu:
Nieuws
Syncasso jaarverslagen 2025 – Perspectief en duurzame resultaten
07 juli 20262025 was een jaar van mooie resultaten, sterke samenwerkingen en belangrijke stappen vooruit.
We sloten het jaar af met een positief bedrijfsresultaat, behaalden onze doelstellingen, behandelden meer dossiers en realiseerden omzetgroei. Tegelijkertijd investeerden we in ons IT-landschap, AI en de ontwikkeling van ons team. Daarmee versterken we de kwaliteit, veiligheid en schaalbaarheid van onze dienstverlening.
Ook maatschappelijk zetten we stappen. We werkten aan duurzame oplossingen, financiële zelfredzaamheid en samenwerking binnen de schuldenketen. Met één duidelijk uitgangspunt: resultaat realiseren met oog voor de situatie van mensen.
Bekijk onze financiële resultaten in het Cash-verslag en onze sociale en maatschappelijke ontwikkelingen in het Care-verslag over 2025.
Cash-verslag Care-verslag
Nieuws
Terugblik: Jaarcongres Schuldenketen 2026 – Van intentie naar impact
02 juli 2026Op donderdag 18 juni kwamen ruim 135 professionals uit de brede schuldenketen samen in het Munthuys in Utrecht voor het Jaarcongres Schuldenketen 2026. Schuldhulpverleners, bewindvoerders, incassoprofessionals, beleidsmakers, onderzoekers en schuldeisers troffen elkaar voor een dag die volledig in het teken stond van de vraag: hoe maken we de stap van goede intenties naar concrete impact voor mensen met schulden?
Het Munthuys was het decor voor een dag waarin niet alleen kennis werd gedeeld, maar vooral het gesprek werd gevoerd. In de zaal kwamen verschillende werelden samen: beleid, uitvoering, onderzoek en praktijk. Deelnemers zochten elkaar op, deelden dilemma’s en gingen het gesprek aan over wat er nodig is om mensen met schulden beter te ondersteunen.
Nadja Jungmann: Gedragskenmerken als sleutel in het schuldendebat
De eerste keynote van de dag kwam van Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en bijzonder hoogleraar Schuldenproblematiek aan de Universiteit van Amsterdam. Zij deelde inzichten uit haar recente oratie en legde de zaal de vraag voor: kijken we eigenlijk wel naar alle factoren die een rol spelen bij het ontstaan van schulden?
Volgens Jungmann is het beeld dat schulden iedereen kunnen overkomen niet onjuist, maar wel onvolledig. Uit onderzoek in verschillende Europese landen blijkt dat ook gedragskenmerken invloed hebben op de kans op betalingsproblemen. Zo hebben mensen met bepaalde persoonlijkheidskenmerken, zoals lagere consciëntieusheid en hogere emotionele instabiliteit, een grotere kans op het ontwikkelen van betalingsachterstanden. Deze kenmerken blijken schulden tot vijf jaar later te kunnen voorspellen, ook wanneer rekening wordt gehouden met factoren zoals inkomen en opleiding. Juist dit gegeven maakt de huidige aanpak volgens Jungmann onvolledig: wie vrijwillige coaching of begeleiding aanbiedt, bereikt vooral de mensen die al relatief vaardig zijn. De groep met de grootste kwetsbaarheid, mensen met een sterkere korte-termijnfocus of lage zelfcontrole, slaat dat aanbod vaker af, of haakt eerder af. Daarmee doen we precies de mensen tekort die de ondersteuning het hardst nodig hebben.
Daarbij stelde Jungmann direct een belangrijk punt vast: gedragskenmerken zeggen niets over iemands waarde of verantwoordelijkheid. Wel kunnen ze helpen om eerder te herkennen welke ondersteuning iemand nodig heeft. Haar model laat zien dat financiële druk, onverwachte gebeurtenissen en iemands financiële weerbaarheid samen bepalen of een situatie beheersbaar blijft of verder escaleert. Juist die weerbaarheid verdient volgens haar meer aandacht binnen de schuldenketen.
Daarnaast benoemde Jungmann dat meer hulpaanbod niet automatisch betekent dat meer mensen worden bereikt of geholpen. De cijfers die zij presenteerde laten zien dat het aantal problematische schulden stijgt, terwijl het aantal schuldhulpaanvragen en -regelingen al langere tijd relatief stabiel blijft. Ook bij coaching en begeleiding is volgens haar nog niet voldoende bewijs dat dit voor iedereen effectief is. De praktijk loopt op sommige punten vooruit op wat wetenschappelijk is aangetoond.
Haar boodschap aan de zaal was helder: een effectieve aanpak van schulden vraagt niet alleen om oplossingen binnen de keten, maar ook om beter inzicht in de omstandigheden en factoren die bepalen waarom financiële problemen ontstaan en blijven bestaan.
Erik Pool: Werken op de grens van loyaliteit en integriteit
Na Jungmann nam Erik Pool, schrijver, filosoof, podcastmaker en voormalig programmadirecteur Dialoog & Ethiek bij het ministerie van BZK het woord. Pool stelde het publiek een fundamentele vraag: wat doe je als de context waarin je werkt je professionele integriteit onder druk zet? Ambtenaren en breder: professionals in uitvoerende ketens, lopen dagelijks tegen grenzen aan. Niet alleen juridische of beleidsmatige grenzen, maar morele. Waar ligt de grens van loyaliteit? Wanneer is tegenspraak niet alleen toegestaan, maar geboden?
Zijn boodschap was tegelijk nuchter en urgent: goede bedoelingen zijn niet genoeg. Wat nodig is, zijn gestructureerde gesprekken over de dilemma’s die het werk met zich meebrengt: geen praatsessies, maar een lerende praktijk. Alleen zo kunnen organisaties en ketens moreel sterker worden. En dat is, zeker in een keten die dagelijks ingrijpt in het leven van mensen met schulden, geen luxe. Om dat gevoel te laten landen, zette Pool de zaal zelf aan het werk: met een korte oefening liet hij deelnemers persoonlijk ervaren hoe het is om in een moreel dilemma te staan.
Queen Blackburn en Bart van Gerven: De deurwaarder als brug naar hulp
Aansluitend presenteerden Queen Blackburn, Hoofd team vroegsignalering gemeente Den Haag en Bart van Gerven, Senior Projectmanager KBvG, de resultaten van de pilot Ketenverwijzing. Een pilot waaraan Syncasso meewerkte en waarvan de uitkomsten direct aansloten bij de vragen die in de zaal leefden. Centrale vraag in het onderzoek: kan een persoonlijk gesprek aan de deur door de gerechtsdeurwaarder helpen om mensen met problematische schulden eerder in beeld te krijgen? De resultaten van 459 onderzochte huisbezoeken door zeven deurwaarderskantoren in zes gemeenten laten een voorzichtig positief beeld zien, met duidelijke aandachtspunten voor de praktijk.
Van de 459 huisbezoeken waarbij de voordeur werd geopend, leek in 190 gevallen schuldhulp zinvol. Van hen wilde 47% (90 personen) daadwerkelijk worden doorverwezen. 47 mensen daarvan kwamen op gesprek bij de gemeente. Dat is één op de vier mensen van wie werd ingeschat dat hulp nodig was. Alhoewel dat misschien een bescheiden aantal lijkt, leverde de pilot een belangrijk inzicht op: Bijna de helft van deze groep was namelijk nog niet bekend bij schuldhulpverlening. Daarmee blijkt de gerechtsdeurwaarder een waardevolle schakel in het bereiken van mensen die anders buiten beeld blijven.
Waarom haakt een deel toch af? Twee derde van de groep die niet wilde worden doorverwezen gaf aan de situatie zelf te willen oplossen. Schaamte, wantrouwen richting de overheid en een negatief beeld van schuldhulpverlening speelden ook een rol. Herkenbare drempels voor iedereen die zich bezighoudt met het bereiken van mensen met schulden.
De conclusie was helder: warm doorverwijzen werkt en sluit aan bij de rol die de gerechtsdeurwaarder steeds meer inneemt. Voor structurele inbedding zijn nog wel vervolgstappen nodig, zoals betere terugkoppeling vanuit gemeenten, een passende vergoeding en meer uniformiteit in de werkwijze.
Jona van Loenen: Voorkomen in plaats van herstellen
Tijdens het Jaarcongres Schuldenketen nam schrijver, finfluencer, econoom en ondernemer Jona van Loenen het publiek mee in een scherpe en energieke sessie over schulden, preventie en de menselijke maat. Met humor, scherpe observaties en herkenbare voorbeelden liet hij zien hoe belangrijk het is om verder te kijken dan alleen cijfers en regelingen.
Van Loenen trok de vergelijking van de schuldenketen naar de grote stadsbrand van Chicago in 1871. Volgens Van Loenen zijn we in Nederland vaak goed in het blussen van problemen zodra ze ontstaan, maar stellen we nog te weinig de vraag: hoe voorkomen we dat de brand überhaupt uitbreekt? Hoe richten we onze systemen zo in dat mensen eerder worden geholpen, voordat problemen groter worden?
Met concrete voorbeelden liet Van Loenen zien dat schulden zelden alleen over geld gaan. Ze raken gezondheid, gezinnen en de samenleving als geheel. Zijn boodschap bleef hangen: een effectieve schuldenaanpak begint niet bij het oplossen van de gevolgen, maar bij het eerder herkennen en voorkomen van problemen.
Nikki van Alem en Leendert Klokkenburg: Ontwikkelingen in de civiele invorderingsketen
Nikki van Alem en Leendert Klokkenburg namen het publiek mee in de laatste ontwikkelingen rondom de aanpak van civiele invordering en schulden. Zij lichtten toe hoe het kabinet werkt aan een effectievere en meer mensgerichte schuldenaanpak, met als uitgangspunt dat schulden moeten kunnen worden geïnd, maar dat onnodige escalatie en oplopende kosten zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Centraal in hun presentatie stonden twee nieuwe beleidsontwikkelingen die voortkomen uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek – Problematische Schulden. De eerste is het collectief afbetalingsplan. Een maatregel waarmee mensen met meerdere schulden via één gecoördineerde betalingsregeling hun schulden kunnen aflossen.
Syncasso en Purpose werkten daar eerder al een prototype voor een mogelijke invulling van uit, met de deurwaarder als mogelijke uitvoerder. Een collectief afbetalingsplan biedt debiteurklanten meer overzicht, voorkomt onrealistische betalingsafspraken en stimuleert schuldeisers om gezamenlijk naar een oplossing te zoeken.
Daarnaast gingen zij in op de voorgenomen zorgplicht voor gerechtsdeurwaarders. Gerechtsdeurwaarders krijgen hierbij een nadrukkelijkere rol in het signaleren van problematische schuldsituaties en het zoeken naar passende oplossingen. Ook wordt gewerkt aan een zogenoemde sociale ministerieplicht, waardoor deurwaarders in uitzonderlijke situaties kunnen afzien van verdere kostenverhogende invorderingsmaatregelen als deze geen toegevoegde waarde meer hebben.
Tijdens de aansluitende discussie werd uitgebreid stilgestaan bij de praktische uitwerking van beide maatregelen, waaronder de positie van schuldeisers, de bescherming van het bestaansminimum en de vraag hoe mensen met schulden beter ondersteund kunnen worden voordat hun situatie problematisch wordt.
Fishbowl-discussie: met elkaar in gesprek over de schuldenketen
Het congres werd afgesloten met een interactieve fishbowl-discussie met Peter van Dorst, Michaël Brouwer, Jamal Oulel en Ellen Hennekens. Vanuit de centrale kring gingen zij met elkaar én met de zaal in gesprek over de uitdagingen waar de sector voor staat. Dat zorgde al snel voor een open en levendige discussie, waarin deelnemers hun ervaringen, vragen en ideeën deelden. Juist de directe uitwisseling tussen de kring en de zaal maakte dit onderdeel waardevol.
De discussie maakte opnieuw duidelijk hoeveel kennis en betrokkenheid er binnen de schuldenketen aanwezig is. Daarmee was de fishbowl een passende afsluiting van een congresdag vol nieuwe inzichten en verbinding.
